IVN Vecht & Plassengebied - Kennis der Natuur


Excursies | Vogels | Vleermuizen | Natuurgebieden | Groencursus | Natuurgidsencursus | Organisatie | IVN Vecht & Plassengebied

Fotoboek | Natuurkrant | Vogelreis Falsterbo | Waterkwaliteit | Virtuele excursie Gunterstein | Poelenwerkgroep het Gooi

Kwartelkoning (Crex Crex)

Kwartelkoning (Crex Crex)
Klik op de foto voor een groot exemplaar


Geluid:

ETI BioInformatics, SoortenBank.nl


De Kwartelkoning roept zijn eigen naam. De latijnse naam, dat wel. Een geluid dat in de balstijd de hele nacht gehoord kan worden. Het is niet zo vreselijk luid. Maar binnen een afstand van 15 25 meter kan het heel goed gehoord worden.

Grootte: De Kwartelkoning is een kop kleiner dan het Waterhoentje.

Biotoop: De kwartelkoning is een broedvogel van open graslanden en grazige akkergewassen als klaver, luzerne en karwij. Tijdens het broedseizoen worden insekten en ander klein gedierte gegeten, de rest van het jaar vormen zaden de hoofdmoot van het menu.

Territorium: -

Trekken of blijven: De kwartelkoning levert als trekvogel verrassende prestaties. Hij staat bekend als een typische bodemvogel die zich schuilhoudt tussen het hoge gras van hooilanden of tussen akkergewassen als koolzaad, wintertarwe of luzerne. Hij verlaat bijna nooit zijn dekking en dat maakt hem uiterst kwetsbaar als zijn landje gemaaid wordt. Van zon eigenheimer verwacht je niet dat hij grote vliegreizen onderneemt. Toch leggen kwartelkoningen in voor- en najaar enorme afstanden af. Hun broedgebieden liggen in een brede gordel die zich uitstrekt van West-Europa naar Centraal-Azie. De winter brengen ze evenwel door in Zuidelijk Afrika, ver voorbij de evenaar, in een gebied dat ongeveer samenvalt met de Grote Afrikaanse Slenk ten zuiden van het Victoriameer. De trekroute vanuit Centraal-Azie gaat over Saoedie-Ariabie. Vanuit West-Europa langs Italie, Griekenland over de Middellandse Zee, langs de Nijl zuidwaarts tot in het puntje van Zuid-Afrika. Vermoedelijk zijn er nog twee andere routes over Spanje en via het westen van de Sahara en n vanuit Zuid-Frankrijk, over zee en dan pal over het midden van de Sahara. Deze gerenommeerde bodemvogels vleigen dus afstanden van ruim vier- tot wel tienduizend kilometer.

Bedreigd of niet? De kwartelkoning staat allereerst op de Rode Lijst omdat hij op wereldschaal bedreigd wordt. Ook in ons land is de soort sterk in aantal afgenomen en is de verspreiding inmiddels erg beperkt. Bovendien is hij gebonden aan kwetsbaar broedbiotoop

De kwartelkoning is in West-Europa vooral een broedvogel van hooilanden. De grootscheepse veranderingen op het platteland hebben een fnuikende invloed gehad op de soort, die in een rap tempo als broedvogel aan het verdwijnen is. In Nederland broedden aan het begin van de eeuw nog tenminste enkele duizenden paren. Met het verdwijnen en verdrogen van vochtige graslanden, de teloorgang van de teelt van klaver en luzerne en de komst van insekticiden verdween zowel het broedbiotoop als de voedselbron van de soort. Op hooi- en akkerland speelt het uitmaaien van jongen daarnaast een belangrijke negatieve rol. De gevolgen van dit alles bleven niet uit: Het aantal broedparen slonk, van 500-1000 begin jaren zestig tot 70-90 in 1992. Belangrijke gebieden zijn Oost-Groningen en het rivierengebied (inclusief de Biesbosch).

De beste kansen voor de kwartelkoning lijken te liggen in het rivierengebied. Een extensief gebruik van de graslanden in de uiterwaarden is daarbij wel een voorwaarde. De weinige kwartelkoningen die nog broeden in het agrarische gebied hebben tegenwoordig vooral te lijden van vroegtijdig maaien van door hen geprefereerde gewassen als luzerne. Boeren en vogelaars kunnen samen proberen om dit uitmaaien zoveel mogelijk te voorkomen. Mogelijkheden zijn: Gefaseerd maaien en van binnen naar buiten maaien. Op het akkerland biedt de teelt van tweejarige gewassen (b.v. karwij) de soort de beste kansen.

Aantal broedparen in Nederland: 40-60 broedparen in 1996, 260-175 broedparen in 1997, 630-690 broedparen in 1998, >250 in 1999, >450 in 2000.

Minder kwartelkoningen dan in 2004
Nu het belangrijkste deel van het kwartelkoningseizoen voorbij is, kan bijna de balans worden opgemaakt voor 2005. Met ongeveer 90 territoria staat de populatie er nog slechter voor dan in 2004. Voor het eerst sinds 1997 lijkt er sprake van een structurele afname van het aantal kwartelkoningen in Nederland. Tijdens de tweede landelijke telling op 24/25 juni werden evenveel kwartelkoningen (33) vastgesteld als tijdens de eerste telling op 3/4 juni. Net als in 2004 hebben vooral de 'akker-kwartelkoningen' in het Groningse Oldambt een flinke veer moeten laten. Niet alleen is de totale populatie er flink afgenomen (van 188 in 2003 naar 22 in 2004 en voorlopig 23 in 2005), het aantal roepende mannetjes nam sinds eind mei alleen nog maar verder af. In eerdere jaren, slechte en goede, was vaak rond half juli een opleving in roepactiviteit te bespeuren. Ondanks de weinige kwartelkoningen loont het nog steeds de moeite op pad te gaan en meldingen door te geven. Lees meer over de resultaten van dit jaar in Nederland n Europa op www.kwartelkoning.nl
(bron: www.vogelbescherming.nl)
 

Verspreiding in Nederland (1979):


Atlas van de Nederlandse Broedvogels,
Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland

 



Over het Kwartelkoningproject.

(16-6-2000) In 1998 zijn we langs de IJssel gestart met de bescherming van broedende Kwartelkoningen. Dit project had de naam IJsselcrex. De opzet was simpel: vogelaars inventariseren Kwartelkoningen en geven de locaties van Kwartelkoningen in boerengraslanden door aan de Dienst Landelijk Gebied. Die benaderen de boer met de vraag het maaien uit te stellen tot in augustus. De boer krijgt daarvoor een vergoeding. Omdat het project goed aansloeg en ook daadwerkelijk jonge Kwartelkoningen "produceerde" proberen we dit jaar het project uit te breiden naar het hele rivierengebied: het project Rivierencrex. We hebben net de eerste tel- en beschermingsslag achter de rug. Dit leverde 111(honderdelf!) roepplaatsen op. Op dit moment zijn we druk aan de slag om op zoveel mogelijk plaatsen de bescherming rond te krijgen. Dat is nodig in tweederde van alle roepplaatsen. De rest zit in extensief begraasde natuurontwikkelingsgebieden. (Meinderswijk 5 inmiddels trouwens). Langs de IJssel voeren we verder een stukje onderzoek uit naar broedsucces, verplaatsingen en effectiviteit van bescherming. Een site hebben we nog niet, het zou leuk zijn als je wat over dit gebeuren op jullie site opneemt.
"Wij" zijn trouwens Gerrit Gerritsen, Kees Koffijberg, Dirk Zoetebier, Joris Driessen en ikzelf.

Bedankt voor de interesse en tot ziens,

Paul Voskamp
Toekomststraat 3 bus 1
3770 Riemst - Belgie
telthuis +32-12-456034

IWACO
Postbus 1754
6201 BT Maastricht
telwerk 043-3566216

Opnieuw topjaar voor Kwartelkoningen

SOVON-Nieuws jaargang 13 (2000) nr. 3

Nog geen vijf jaar geleden hing het voorkomen van de kwartelkoning in Nederland aan een zijden draad. Het aantal roepende mannetjes was gedaald tot enkele tientallen, en de soort leek op het punt te staan als reguliere broedvogel uit ons land te verdwijnen. Nederland zou daarmee wederom n van zn karakteristieke broedvogels verliezen. Een influx in 1997 vormde een keerpunt in deze ontwikkeling. In dat jaar werden ruim 250 territoria vastgesteld en verscheen de soort op diverse plaatsen waar ze al lang niet meer was gehoord. Het vormde de opmaat voor een nog grotere influx in 1998. Vooral in het noordoosten van het land, in Groningen, Drenthe en Overijssel leidde dat tot spectaculaire aantallen. Landelijk ging het om 575 territoria, terwijl een voorzichtige schatting uitgaat van 600-650. Reeds toen werd de vraag gesteld of het hier om incidenten (Kwartelkoningen staan bekend vanwege hun erratische voorkomen), dan wel om een herstel van de populatie zou gaan. Hoewel nog veel te vroeg voor definitieve conclusies, lijkt het laatste op dit moment het meest voor de hand liggende scenario. Ook in 1999 (aantal vergelijkbaar met 1997) en nu in 2000 werden veel Kwartelkoningen gehoord.

Het afgelopen broedseizoen zal met dat van 1998 de boeken ingaan als het beste jaar in de afgelopen twee decennia. Op dit moment zijn al c. 430 territoria bekend, een aantal dat nog licht zal stijgen, omdat nog niet alle gevallen zijn doorgegeven. Concentraties bevonden zich in bekende gebieden als het Oldambt in Groningen (125) en -opnieuw- in Drenthe (50).

Nog opmerkelijker was de situatie in het rivierengebied. Hier was sprake van een absoluut topjaar, want de c. 150 die werden gevonden in de uiterwaarden van IJssel, Rijn en Waal overtroffen ruimschoots de aantallen in 1998. Deels hangt dit samen met extra aandacht die er dit seizoen aan kwartelkoningen werd geschonken. In navolging van het project IJsselcrex van Gerrit Gerritsen en Paul Voskamp, werd langs de rivieren op twee momenten, begin en eind juni, een simultane telling georganiseerd. Vervolgens werd met de roepplaatsen in de hand via de Dienst Landelijk Gebied (DLG) contact gezocht met de terreineigenaren om te proberen de maaidatum uit te stellen en zo de Kwartelkoningen een kans te geven met succes hun twee broedsels groot te brengen. Langs de IJssel heeft dit beleid in de afgelopen twee jaar ertoe geleid dat vrijwel alle Kwartelkoningen ongestoord konden broeden. Langs de Rijn en Waal bleek dat iets meer voeten in de aarde te hebben en kon in een aantal gevallen uitmaaien niet worden voorkomen.

Niettemin heeft alle extra aandacht voor Kwartelkoningen de soort hoog op de agenda gezet bij de diverse terreinbeherende instanties. Voor volgend jaar is in samenwerking met Vogelbescherming Nederland een plan in de maak om op landelijke schaal aandacht te gaan besteden aan het uitmaaien van Kwartelkoningen. De soort bevindt zich traditioneel in een fuik. Bij aankomst in mei zijn het vooral de extensief beheerde graslanden die nog voldoende dekking bieden om in aanmerking te komen als territorium (cultuurgrasland is dan immers al lang en breed onder het mes geweest). Deze graslanden worden vaak op 15 juni gemaaid, precies midden in de eerste broedcyclus van de Kwartelkoning. Speciale beheersmaatregelen, gericht op het uitstellen van deze deadline vormen een belangrijke voorwaarde voor succesvol broeden. Het zou niet ondenkbeeldig zijn dat de extra aandacht die in de afgelopen jaren is besteed aan het beheer van Kwartelkoninggebieden mede heeft bijgedragen aan de positieve impuls die de populatie momenteel ondervindt.

Kees Koffijberg