IVN Vecht & Plassengebied - Kennis der Natuur



Excursies | Vogels | Vleermuizen | Natuurgebieden | Groencursus | Natuurgidsencursus | Organisatie | IVN Vecht & Plassengebied

Fotoboek | Natuurkrant | Vogelreis Falsterbo | Waterkwaliteit | Virtuele excursie Gunterstein | Poelenwerkgroep het Gooi


Dwergstern (Sterna albifrons)

Dwergstern (Sterna albifrons)
Klik op de foto voor een groter exemplaar

 

Geluid:

© ETI BioInformatics, SoortenBank.nl

Grootte: -

Biotoop: De dwergstern is een kenmerkende kolonie-broedvogel van een - voorheen - typisch Nederlands biotoop: Kale tot schaars begroeide eilandjes en stranden nabij uitgestrekte, ondiepe en visrijke wateren. Vooral in de Delta en in het Waddengebied zijn dergelijke leefgebieden.

Territorium: -

Trekken of blijven: Het zijn zomervogels die arriveren in april en in september weer naar de overwinteringsgebieden voor de kust van West-Afrika trekken.

Bedreigd of niet? Dwergsterns staan op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname, de zeer beperkte verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbaar broedbiotoop.

Door de uitvoering van de Deltawerken, de havenuitbreiding van Rotterdam en de opkomst van het massatoerisme op de stranden zijn veel broedplaatsen ongeschikt geworden of geheel verdwenen. Bovendien leidde de vergiftiging van het in de Noordzee stromende Rijnwater in de jaren zestig tot sterfte, waardoor eind jaren zestig nog maar 100 paren in Nederland broedden. Na een verbod op de lozing van de belangrijkste boosdoeners in de Rijn vond een gestage toename plaats, maar het peil van voor de jaren zestig (rond de duizend paar) wordt bij lange na nog niet gehaald. Begin jaren negentig broedden jaarlijks 250-450 paar in ons land, zo'n driekwart hiervan in de Delta en de rest in het Waddengebied.

Vogelbescherming Nederland heeft in 1993 een 'Actieplan Dwergstern' uitgebracht. Volgens het actieplan wordt gestreefd naar een populatie van minimaal 600 broedparen, waarvan tenminste 200-300 paar in het Waddengebied. Om dit streefgetal te halen, zullen naar schatting veertig potentieel geschikte gebieden in de Wadden en de Delta aanwezig moeten zijn. Daarbij is rekening gehouden met de kwetsbaarheid van de broedgebieden; elk jaar is er wel een aantal niet bruikbaar vanwege factoren als hoog water, te hoge begroeiing en dergelijke. Gezien het verschil tussen het huidige en het nagestreefde aantal broedgebieden zal nieuwe broedgelegenheid gecreëerd moeten worden. Daarnaast verdienen de bestaande en potentiële broedplaatsen een optimale bescherming. Bij dat laatste valt te denken aan een geregelde bewaking, en het beborden of omrasteren van broedplaatsen. Neem daarbij wel eerst contact op met de grondeigenaar. Bij beheerswerk voor de aanvang van het broedseizoen wordt vaak een beroep gedaan op vrijwilligers. Daarnaast kunnen Vogelwerkgroepen soms worden ingeschakeld bij het tellen en bewaken en bij educatieve activiteiten. De meeste broedplaatsen liggen in natuurgebieden. Toch kan een belangrijke kolonie als die op de Hooge Platen te leiden hebben van de verdieping van de Westerschelde. Natuurcompensatie kan hier het leed wellicht verzachten (ontpoldering, opspuiten strandjes, aandacht voor voedselsituatie). Op de lange termijn biedt een meer dynamische kustverdediging kansen voor een toename van natuurlijke broedplaatsen. Ondersteuning van dit streven komt dan ook ten goede aan de dwergstern. Tot slot biedt een ongestoorde ontwikkeling van de Voordelta nieuwe kansen aan de soort.

Aantal broedparen in Nederland: 461 (1998)

Verspreiding in Nederland (1979):


Atlas van de Nederlandse Broedvogels,
Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland