IVN Vecht & Plassengebied - Kennis der Natuur



Excursies | Vogels | Vleermuizen | Natuurgebieden | Groencursus | Natuurgidsencursus | Organisatie | IVN Vecht & Plassengebied

Fotoboek | Natuurkrant | Vogelreis Falsterbo | Waterkwaliteit | Virtuele excursie Gunterstein | Poelenwerkgroep het Gooi


Draaihals (Jynx torquilla)

Draaihals (Jynx torquilla)
Klik op de foto voor een groter exemplaar


 

Geluid:

ETI BioInformatics, SoortenBank.nl

Grootte: -

Biotoop: Deze vreemde eend onder de spechten komt voor op warme, droge plekken in oude loofhoutsingels en loof- of lariksbossen met een open structuur. Gebroed wordt in oude, rotte loofbomen. Het voedsel bestaat uit mieren (vooral zwarte wegmieren en hun poppen) en wordt in bomen en op de grond gezocht.

Territorium: -

Trekken of blijven: Draaihalzen overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara.

Bedreigd of niet? De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname van het aantal broedparen, in combinatie met een geringe verspreiding en de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

In de eerste helft van de eeuw was de draaihals een verspreide broedvogel op de zandgronden in het midden en oosten des lands en in de duinen. Vooral op de Veluwe was hij niet ongewoon. De totale populatie bedroeg niet meer dan enkele honderden paren. De laatste decennia is de draaihals buiten de Veluwe beduidend in aantal afgenomen. Begin jaren negentig broedden hooguit nog 80-180 paar draaihalzen in ons land, waarvan het leeuwedeel op de Veluwe.

De afname van de draaihals lijkt het gevolg van zowel de vochtiger zomers als het verdwijnen van voedsel en voorkeursbiotoop. Mogelijk spelen ook problemen in de overwinteringsgebieden een rol. De draaihals is gebaat bij een zo natuurlijk mogelijk bosbeheer. Dat houdt onder meer in: het laten staan van dood (loof)hout, het bevorderen van overgangssituaties tussen open en gesloten bos en vooral: het bevorderen van de aanwezigheid van open, schaars begroeide plekken. Als een gebrek aan broedgelegenheid de soort parten speelt, kunnen nestkasten als hulpmiddel worden gebruikt. Dat mag echter niet ten koste gaan van het streven naar natuurlijke broedgelegenheid. Verder moet het gebruik van pesticiden op plaatsen waar draaihalzen broeden voorkomen worden. Tot slot dient de bodemverzuring die een aantal prooisoorten benadeelt, te worden tegengegaan.

Aantal broedparen in Nederland: 50-100 (1998)

Verspreiding in Nederland (1979):


Atlas van de Nederlandse Broedvogels,
Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland