IVN Vecht & Plassengebied - Paddestoelen                                             

Excursies | Vogels | Vleermuizen | Natuurgebieden | Groencursus | Natuurgidsencursus | Organisatie | IVN Vecht & Plassengebied

Fotoboek | Natuurkrant | Vogelreis Falsterbo | Waterkwaliteit | Virtuele excursie Gunterstein | Poelenwerkgroep het Gooi

 

Heksen en Kabouters

Vroeger verwonderde men zich over paddestoelen. Paddestoelen verschijnen snel zonder dat duidelijk is waar ze vandaan komen. Paddestoelen werden in verband gebracht met bovennatuurlijke dingen, zoals duivels en heksen. Veel namen herinneren daar nog aan: duivelsei, duivelsbrood, heksenboleet, heksenkringen en elfenbankjes.

Omdat er geen duidelijk oorzaken waren, verzonnen de mensen zelf een verklaring. Heksenkringen zouden ontstaan waar 's nachts heksen gedanst hadden. Elfen gebruikten paddestoelen om op te zitten: het elfenbankje. Ook de naam paddestoel verwijst nog naar die verzonnen verklaringen. Padden, zo dacht men vroeger, zijn de huisdieren van heksen en tovenaars. Paddestoelen zijn hun zitplaatsen.

Geen plant en geen dier

Men wist zo weinig van paddestoelen, omdat ze anders zijn dan andere levende wezens. Een paddestoel is zeker geen dier, maar een plant is het ook niet. Ze hebben geen bladgroen om zonlicht op te vangen. Bovendien kunnen ze groeien in het donker. Dit zijn eigenschappen die paddestoelen onderscheiden van planten. De stof waaruit paddestoelen zijn op gebouwd komen in het plantenrijk niet voor; het is chitine. Chitine komt wel in het dierenrijk voor, in het pantser van insecten. Wat is een paddestoel dan wel? Het heeft lang geduurd voordat onderzoekers het antwoord konden geven. Paddestoelen blijken het zichtbare gedeelte te zijn van een draderige massa die onder de grond of in hout leeft. Samen met de paddestoel noemt men die massa een zwam. Naast dieren en planten bestaat er dus een derde groep wezens

Zwammen

Het vasteland werd ruim 400 miljoen jaar geleden veroverd door groene planten, maar zij waren niet de enige organismen die erin slaagden buiten het water in leven te blijven. Uit de wieren in de zeeën ontwikkelden zich ook de zwammen. Omdat zij geen bladgroen bezitten voor het opvangen van zonne-energie kunnen zij dus ook niet hun eigen voedsel maken. De meeste zwammen voeden zich met de weefsels van levende of dode planten en dieren. Zij konden dus pas op het land verschijnen toen de eerste planten en dieren er al waren.

Fungi
(fungus ev.)

De Wetenschap heeft de paddestoel ondergebracht bij de 'fungi', een enorme grote groep van meer dan 100.000 soorten die allemaal gemeen hebben dat zij chlorofyl (bladgroen) missen en daardoor niet in staat zijn de voor hun bestaan noodzakelijke stoffen zelf te maken. Fungi nemen organische stoffen op uit levende of dode delen of produkten van andere organismen en zijn dus typisch heterotroof.

Fungi, schimmels of zwammen zijn in staat om de meest ingewikkelde stoffen af te breken dankzij een 'mycelium' of zwamvlok. Dit is een soort buizenstelsel, enkele duizendsten van millimeters in doorsnede, voorzien van complexe systemen om stoffen af te breken en om te zetten tot voor de zwam bruikbare bouwstoffen. Die dunne buizen noemt men 'hyfen'.

Symbiont:
zwam die samenleeft met een plant of dier, terwijl beide daar voordeel van hebben

Parasiet :
zwam die leeft ten koste van planten of dieren

Saprofiet:
afbrekers die op dood hout leven

Symbiont


Vele zwammen leven in symbiose. Dat betekent dat ze een soort levensgemeenschap aangaan met een plant of dier. Ze kunnen zonder hun partner niet overleven. De vliegenzwam bijvoorbeeld leeft in symbiose met de berk. De zwamvlok leeft op de worteltopjes van een berk. De zwam zorgt ervoor dat de wortels van de berk beter voedingsstoffen uit de grond kunnen opnemen. De berk voedt de zwamvlok met suikers die hij zelf maakt. Zowel de berk als de zwam hebben voordeel van elkaar.

Parasiet

Sommige zwammen en schimmels gebruiken levende planten en dieren als voedsel. Zo is er een schimmel die op levende rupsen leeft. Langzaam verteert de schimmel de rups. Als de rups bijna dood is, vormt de zwam vruchtlichamen. De paddestoelen groeien dan uit die rups.

Als de vliegenzwam verdwijnt, verzwakt de berk. Parasieten grijpen hun kans en vallen de verzwakte bomen aan. Uiteindelijk gaan de bomen dood. Dan komen de saprofieten die de dode bomen opruimen.

Saprofiet/saprotroof

Het mycelium betrekt de voedingsstoffen uit rottende organische resten.

Aan de paddestoelen die in een bos voorkomen, kun je zien of het bos gezond is. Als er bijvoorbeeld veel vliegenzwammen in een bos groeien, is het een gezond bos.

Als er in een bos veel parasieten of saprofieten zijn, dan is er waarschijnlijk iets mis met het bos.

De paddestoel

De paddestoel is niet anders dan het vruchtlichaam (het voortplantingsorgaan van de zwam), waarin of waarop de sporen worden gevormd. Bij sommige zitten die sporen tussen de plaatjes van de hoed, bij andere in de buisjes van de hoed. Maar er zijn ook paddestoelen die niet meer zijn dan een zak vol sporen, zodra die sporen rijp zijn, verwelkt de zak en barst hij open om de sporen vrij te laten. Meestal gaat er aan de vorming van sporen een geslachtelijk proces vooraf. Het verschijnen van de paddestoel, dus het vruchtlichaam, is afhankelijk van een groot aantal factoren: voeding, vochtigheid, temperatuur, ligt enz.

Voortplanting: het wetenschappelijke verhaal. (Bron: Grasduinen november 1986)

Veel van de gewone zwammen zijn steeljes-zwammen (basidiomyceten), zo genoemd naar de steeljes waarop de sporen groeien. De levenscyclus van steeltjeszwammen, trouwens van alle schimmels, is minstens zo fascinerend als die van dieren en groene planten.

Twee sporen ('plus' en 'min', elk met de helft van het normale aantal chromosomen) kiemen niet ver van elkaar. Er groeien zwam-draden (hyfen) uit, die een netwerk (zwamvlok, ofte wel mycelium) in de boom vormen. Wanneer zwam-draden uit de twee verschillende zwamvlokken, van dezelfde pad­destoelesoort elkaar raken, lost de celwand op die plaats op. De in­houd (plasma) van de cellen vloeit samen fplasmogamie), maar de kernen blijven gescheiden in de nieuwgevormde cel. Deze cel met twee kernen (dikaryon) deelt zich en vormt een eigen netwerk van zwamdraden. In de cellen, die dit secundair mycelium vormen, blijven de plus- en de minkernen ook gescheiden. De ene afgesplitste kern gaat door de poreuze celwand naar de nieuw te vormen cel.

In de cellen, die dit secundair mycelium vormen, blijven de plus- en de minkernen ook gescheiden. De ene afgesplitste kern gaat door de poreuze celwand naar de nieuw te vormen cel. De andere volgt een omweg via een apart kanaaltje (gesp) tussen de cellen. Uit broedknoppen ont­staan in het najaar de paddestoe­len. Deze vruchtlichamen van de schimmel zijn helemaal opge­bouwd uit zwamdraden en die weer uit allemaal van die bijzonde­re cellen. Op het kiem vlies van de lamellen onder de hoed, groeien eindcellen (basidiën) waarin de kernen versmelten.

Het chromosomen aantal wordt daardoor ver­dubbeld en uitwisseling van erfelijke eigenschappen is mogelijk. De versmelting duurt heel kort en direkt daarna deelt de cel zich (reductiedeling).

 De nieuwe kernen splitsen zich nogmaals en persen zich door de steeljes (sterigmen), die inmiddels op de basidië zijn gevormd, en komen in kleine kamertjes. Die worden af­gesloten en, wanneer de spore rijp is, wordt zij afgeschoten.

 

 

Minder paddestoelen

De laatste jaren komen er steeds minder paddestoelen voor. Eerst kregen mensen die paddestoelen plukten de schuld. Nu blijkt dat het verdwijnen van paddestoelen andere oorzaken heeft. Door sterke ontwatering verdrogen bossen en weilanden. Hierdoor krijgt een zwamvlok het moeilijk. Hij maakt dan minder paddestoelen. Zo leek de bekende vliegenzwam jaren geleden erg zeldzaam. Totdat na een aantal droge zomers een natte volgde. In dat jaar waren er plotseling weer veel vliegenzwammen. In de droge jaren is de zwamvlok gewoon blijven leven zonder paddestoelen te maken. Pas na veel regen staken de rode paddestoelen hun hoed uit de grond.

Ook zure regen en het gebruik van kunstmest hebben invloed op het verdwijnen van paddestoelen. Veel weilanden worden te sterk bemest. Daar kan de zwamvlok van bijvoorbeeld de weidechampignon niet zo goed tegen. Het gevolg: de weidechampignons verdwijnen.

Het plukken is dus niet de oorzaak van het verdwijnen van paddestoelen, omdat dit de zwamvlok niet aantast. Toch is het beter de paddestoelen te laten staan. De zwamvlok krijgt dan meer kans sporen te verspreiden. Vooral zeldzame paddestoelen moeten elke kans krijgen om ook elders te kunnen gaan groeien.

Op paddestoelenjacht

Paddestoelen kun je het hele jaar door vinden. Alleen als het in de zomer langdurig droog is of het in de winter hard vriest zijn er weinig. Vaak komen ze na een regenbui heel snel tevoorschijn, ze schieten als paddestoelen de grond uit…. In de herfst vind je andere soorten dan in het voorjaar. In nat weer staan paddestoelen er altijd mooi bij, je moet het daarom niet erg vinden om nat te regenen. Neem tijdens de zoektochten altijd een opschrijfboekje en een potlood mee: een balpen doet het niet als het regent. Om de onderkant van de hoed te kunnen bekijken is het handig om een zakspiegeltje te gebruiken, dan hoef je de paddestoel niet te plukken. Een loep is handig om kleine soorten van dichtbij te bekijken.

Eetbaar, giftig en dodelijk

In landen als Frankrijk, Italië en Duitsland worden veel soorten verzameld om te eten. Daar leren de mensen van vader op zoon en van moeder op dochter welke soorten eetbaar zijn en welke giftig. Er zijn maar enkele soorten gevaarlijk en alleen als je ze eet. Er is maar één soort die algemeen dodelijk is. Dat is de groene knolamaniet, maar zelfs die kun je gewoon aanraken.

Chemische wapens

Sporen van zwammen zijn overal aanwezig. Het hangt af van de voedingsbodem, of een spore het ooit tot een zwamvlok brengt. Maar ook van de ruimte, die een zwamvlok tot zijn beschikking krijgt. En daarbij speelt natuurlijk mede de concurrentie tussen verschillende zwamvlokken een rol. Nu is in een laboratoria gebleken, dat in die concurrentiestrijd bepaalde zwamvlokken over een zeer merkwaardig wapen beschikken: een chemisch wapen. Schimmels (zwammen) scheiden tijdens de groei stoffen uit die de groei van naburige zwamvlokken beïnvloeden. Vooral aan de buitenrand van het mycelium worden dikwijls stoffen uitgescheiden, die de groei van naburige bacteriën en van concurrerende zwamvlokken beïnvloeden. Vooral aan de buitenrand van het mycelium worden dikwijls stoffen uitgescheiden, die de groei van naburige bacteriën en van concurrerende zwamvlokken remmen of zelfs stopzetten . Dat levert een terreinwinst voor de overwinnaar; vooral als de concurrenten daardoor afsterven. Dergelijke stoffen noemt men antibiotica; ze worden in de geneeskunde gebruikt om bacteriën in het menselijk lichaam in hun vermenigvuldiging tegen te werken. Zeer bekend is de penicilline, die in een penseelschimmel voorkomt.

Tekst: Sharon van Straalen-Vet